Visual artist

T E X T S>  N E D E R L A N D S

 

 

INDEX 

(scroll verder naar beneden om deze teksten te lezen)

 

Over mijn werk - René Korten

Kunst van de dag - René Korten - Loek Grootjans, website Galeries.nl, 21 februari 2017

René Korten, Gateway to freedom - Rick Vercauteren, directeur Museum van Bommel van Dam Venlo, in Collectiecatalogus 2014

Atelier, René Korten, kunstenaar - Jack Meyers, Eigen Huis & Interieur, augustus 2013

René Korten: de kleur komt terug - Duncan Liefferink, Zuiderlucht Cultureel Maandblad, augustus 2013

Schilderijen waarin het herkenbare verdwijnt of verschijnt - Marije Bouman, Friesch Dagblad, 27 februari 2013

Omzwervingen in E.M. Galerie - Susan van den Berg, Leeuwarder Courant, 22 februari 2013

Daadkracht en aarzeling - Hendrik Driessen, directeur Museum De Pont in boek 'Diver's Eye', juni 2012

DUB, over het werk van René Korten - Hanneke de Man in boek 'Diver's Eye', juni 2012

De noodzaak van het onkenbare - Alex de Vries, in boek 'Diver's Eye', juni 2012

René Korten lost zijn beloftes nu in - Gerrit van den Hoven, Brabants Dagblad, 28 juni 2012

Smaak, René Korten- Evelien van Veen, Volkskrant Magazine, 23 juni 2012

Kijken tot je het snapt (fragmenten) - Chris Manders, beschouwing over 'Finding Place' in Luycks Gallery, RUIMTE-X, 29 april 2010

Schilderijen René Korten zijn niet langer geheim -Gerrit van den Hoven, Brabants Dagblad, 2 april 2010

Vaten van betekenissen (fragmenten) - Saskia van de Wiel, openingsrede 'Finding Place', Luycks Gallery, 28 maart 2010

Een belofte van wat er nog komen gaat - Gerrit van den Hoven, Brabants Dagblad, 22 oktober 2009

Zadel als schedel van gedachten - Alex de Vries in publicatie 'Vrij Van De Druk, Gastateliers 2007', september 2008

Korten laat tegenstellingen samengaan - Yvonne Krol, Art Editie 2, 13 oktober 2007

Schilderij als model van het leven - Ernst Jan Rozendaal, PZC, 20 november 2001

Groeien en bouwen; vloeien en botsen - Angelique Spaninks, Eindhovens Dagblad, 7 september 2000

Authentiek schilder René Korten pareert doemscenario met een hoogst vitaal gebaar - Cees Strauss, Trouw, 26 september 1997

Emotionele constructies - Jan Smits, catalogus Drieluik Schilderkunst, Galerie Artikel,  januari 1995

 


Over mijn werk

René Korten

De mens heeft grote invloed op zijn omgeving; de wereld is een amalgaam van chaos en gruwel én van schoonheid en vernuft als gevolg van de menselijke natuur. Cultureel-bepaalde en natuurlijke processen zijn vrijwel niet van elkaar te onderscheiden.

Dit is wat mij bezighoudt, daarover gaat mijn werk, en de genoemde processen vinden hun weerspiegeling in het maakproces van de schilderijen. Uiterst zorgvuldige beslissingen wissel ik af met intuïtieve ingrepen en slechts ten dele beheersbare handelingen. Elk schilderij, elk object, elk project is resultaat van op elkaar inwerkende krachten.

Ik streef ernaar om werk te maken dat uitgesproken is, maar dat in essentie gaat over verbinden. Ik heb de overtuiging dat het, ook in de huidige tijd, zinvol en noodzakelijk is om (schilderkunstige) beelden te maken waarin verschillen niet worden uitgevlakt maar waarin betekenisvolle en productieve ontmoetingen van het ogenschijnlijk strijdige centraal staan. Beelden die complex zijn en tegelijk helder ogen. Beelden met een logica die niet benoemd kan worden. Die spannend en relevant zijn door de manier waarop de samenstellende elementen een verbinding met elkaar aangaan en daardoor een uitspraak over de wereld doen. Beelden die een parallel universum zijn, die schuren langs de werkelijkheid, maar niet gereduceerd kunnen worden tot een direct figuratief duidbare voorstelling of maatschappelijk commentaar. Het groeien en bouwen, het vloeien en botsen syncretisch samengebracht.

Verf vloeit, vloeistof wordt beeld. Zoals de cellen zich delen, zo vormen de vlekken zich. Ik probeer en observeer. Er is geen uitgewerkt plan, maar er is wel een voornemen. In het uitproberen en variëren dient zich vroeg of laat een combinatie van elementen aan die vruchtbaar blijkt, die nieuw is en standhoudt. Een nieuwe vorm van ‘gepastheid’. Darwinisme in verf. Verf toont zichzelf én toont dit proces, een vlek is zichzelf én is onderdeel van een groter organisme. Het schilderij vormt een eigen domein en verbeeldt tegelijk de (complexiteit van de) wereld waarin het bestaat. Er is geen scheiding tussen abstract en figuratief.


Kunst van de dag - René Korten

Loek Grootjans,  website Galeries.nl, 21 februari 2017

Wat ik over de schilder kan zeggen geldt voor bijna alle schilders die zich bewust zijn van hun eigen kunnen. Maar ik wil er toch één uitlichten en wel René Korten. Ik ken Korten al lang. Hij is, buiten een paar escapades om waarbij hij samenwerkingsverbanden aanging, toch vooral een schilder pur sang. Zijn manier van werken past geheel in wat ik hier wil zeggen. Ik zag van de week een bericht van hem waarin hij zich een leugenaar noemt. Hij heeft daar volkomen het recht toe. En het is ook waar (wat in de context van zijn bewering misschien weer een leugen is).

Sommige liefhebbers van zijn werk zijn het niet met hem eens. Ze vinden zijn werk waarachtig en dat het verwijst naar hetgeen ze kennen. Het landschappelijke, een zeegezicht, de kust bij Etretat… En daar gaat het nu net om. Die liefhebbers laten hem inzien hoe hij zich moet noemen. Zijn werk is eigenlijk alleen maar verf. Verf op een drager. Dat is een cliché want dat is bij de meeste schilders het geval. Maar er blijft een constante strijd in zijn werk gaande die het moeilijk maakt om zijn kunst alleen maar naar zichzelf te laten verwijzen. De verf wordt op een bepaalde gestructureerde manier aangebracht om een beeld te scheppen wat er hiervoor nog niet was en een connotatieve lading heeft. En daar begint het gedonder.

Daarom had ik deze tekst moeten beginnen met: beste schilder, zeer gewaardeerd collega of beter gezegd perfecte leugenaar. Want daar draait het uiteindelijk toch op uit. Een leugenaar is volgens de regels diegene die besef heeft van de werkelijkheid. Maar welke werkelijkheid? En door die vraag de werkelijkheid manipuleert. In de filosofie van het realisme vindt men dat we met elkaar gemeen hebben en ervan uitgaan dat er een werkelijkheid onafhankelijk van het menselijk bewustzijn bestaat.

Dat lukt in de kunst nooit en zeker in die van René Korten niet. Want vooral in zijn kunst is het menselijk bewustzijn geheel afhankelijk van de ontvankelijkheid van degene die het ziet en er verbanden mee legt. En die zijn er te leggen. Hij is de schilder die de mogelijkheid heeft om denkbare beelden te kunnen vatten in een schilderij of het te laten zijn wat het werkelijk is: verf. Door die keuze in het midden te laten ontstaan er beeldschone schilderijen die me er elke keer op aanspreken hoe ik moet kijken.

Het is daarom geweldig dat er leugenaars zijn zoals René Korten wiens werk ik bewonder en niet alleen omdat het een leugen of realistisch is maar omdat het een deur opent naar het verlangen. Verlangen iets te zien wat nooit in een werkelijkheid, onafhankelijk van het menselijk bewustzijn, kan bestaan.

Leve de leugenaar. Leve de schilderkunst!

Tot 26 maart is werk van René Korten te zien in Museum van Bommel van Dam Venlo. Op dezelfde dag start een duo-expositie in Galerie Agnes Raben in Vorden, samen met Yumiko Yoneda. Daarna volgt een solotentoonstelling in Light Cube Art Gallery in Ronse, België.

© Copyright 2017: Loek Grootjans.


René Korten, Gateway to freedom

Rick Vercauteren, directeur Museum van Bommel van Dam Venlo, in Collectiecatalogus 2014

Museum van Bommel van Dam presenteert, in nauwe samenwerking met gastconservator Rob Moonen, in 2012 de expositie Uit de Verzameling – Landschappen. Op de tentoonstelling wordt een scherpe keuze uit overwegend recent aangekochte landschappen gepresenteerd uit de grote kunstcollectie van de gemeente Venlo. Uit de keuze blijkt dat landschappen soms als ingenieuze spiegels fungeren, die het diepste wezen van mensen reflecteren. Tezelfdertijd prikkelen andere landschappen juist de menselijke verbeelding en jagen zo de ultieme drang naar vrijheid verder aan: mirrors of our souls and/or gateways to our freedom. Op de spannende expositie toont de van oorsprong Limburgse kunstenaar René Korten (1957) in Venlo voor de eerste keer werken uit zijn nieuwe schilderserie Hope Road.   

In de kunstcollectie van de gemeente Venlo bevinden zich vier met acryl op paneel gemaakte kunstwerken van René Korten: Hope Road #3 (2011),  Hope Road #5 (2011), Hope Road #12 (2012) en Cool It 2 (2012). Tot veel genoegen van het team schenkt René Korten in 2013 aan Museum van Bommel van Dam eerst Hope Road #5 en later Cool It 2. De kunstwerken, die uit subtiel wisselende, delicate lagen verf zijn opgebouwd, vormen coloristisch en compositorisch een krachtig ‘landschappelijk’ kwartet in de gemeentelijke verzameling.   

In Hope Road #12, dat in feite een klassiek voor-, midden- en achterplan heeft, is door  René Korten met bruin, groen en rood een ‘an sich’ sobere, horizontale compositie gemaakt. Mede geïnspireerd door fundamentele, schilderkunstige principes smeert en strijkt Korten met spatels de reeds opgebrachte verf beslist, maar ook met veel gevoel horizontaal over het vlak uit. Door geraffineerd te variëren in druk, duur en positie van de spatel ontstaan ragfijne zones die soms ruimte laten voor bestaande onderschildering of de geprepareerde huid van het paneel. Door met lef nat in nat te werken en gedurfd kleurzones over elkaar heen te schuiven, ontstaat in relatief korte tijd een positieve, compositorische spanning. De gracieus over elkaar heen geplooide lagen verf en meestentijds grillige vormen raken picturaal haast magisch, wederkerig in ‘gesprek’ met elkaar. Beschouwers kijken ademloos toe.  

Voor de goede orde: René Korten beeldt nooit of te nimmer iets af, maar beeldt altijd uit. Zijn gerichte handelingen met verf in bijvoorbeeld Cool It 2 transformeren in ‘vaste’ en ‘zwevende’ vormen, die bij alerte kijkers verrassend snel sferische associaties met land, licht, lucht en water oproepen. Het in ‘zones’ gestapelde kunstwerk van Korten oogt als een ‘stand alone’ genesis, waarbij de vindingrijke schepper verschillende acrylverven op mysterieuze wijze in organisch overkomende natuur verandert. In het met veel gevoel en kennis van materialen gemaakte non-figuratieve schilderij vormen het veronderstelde ‘ijs, zand, grassen en hemel’ samen een speels schilderkunstig bouwsel. Een in velerlei opzichten verrassende verfconstructie die bij de naar vrijheid verlangende toeschouwers louter kijkplezier genereert. A gateway to freedom indeed.    


Atelier, René Korten, kunstenaar

Jack Meyers, Eigen Huis & Interieur, augustus 2013

Link

Verf moet vloeien, vindt René Korten. Als in een chemisch proces van actie en reactie groeien zijn ‘installaties op het platte vlak’. De confrontatie tussen cultuur en natuur, verstand en intuïtie schuilt vol raadsels en geheimen. ‘Ik probeer en observeer.’

 Vuurstenen noemt hij ze. Beeldonderdelen zijn vuurstenen die hij laat ketsen. ‘Het beeld ontstaat als een vonk. Als een plotselinge chemische reactie tussen de onderdelen.’ Wie lagen verf in woorden probeert te vangen, realiseert zich de beperkte reikwijdte van taal. Je zegt al gauw te veel. Of te weinig. Toch laat René Korten (1957, Horn) zich in de notities en invallen uit zijn aantekenboekjes kennen als een scherp observator van zijn eigen werk. Nadenken en doen trekken gelijk op, maar ze moeten niet te veel worden vermengd. ‘Het gedane moet in verband staan met de gedachte, maar geen bedenksel zijn. Lang nadenken en snel handelen.’ De solotentoonstelling die museum De Pont in Tilburg vorig jaar aan het recente werk wijdde, liet zien hoe zijn schilderijen juist gedijen door die wrijving tussen daadkracht en aarzeling.

Tegenstellingen

Tijdens de academietijd werd Korten gepokt en gemazeld in het werken naar de waarneming. Het waren jaren waarin hij kennismaakte met de visie dat een schilderij alleen naar zichzelf verwijst, niet naar de wereld daarbuiten. Korten: ‘Reductie, reductie, reductie: daar heb ik wel iets van meegekregen, ja.’ Toen hij klaar was met zijn opleiding kon hij in figuratieve kunst zijn draai niet meer vinden. 'Ik merkte dat ik alle invloeden moest vergeten en vanuit een nulpunt aan mijn eigen ontdekkingstocht moest beginnen. Ik herinner me dat er een leeg vel papier voor mijn neus lag. Met houtskool zette ik er een streep op. Heel basaal. Dat was stap één. Elke volgende stap voelde als een uitdaging.’ Om die stappen opnieuw uit te vinden heeft Korten de tijd genomen. Maar of het nu om het vroege oeuvre of zijn meest recente werk gaat: telkens valt de confrontatie van tegengestelde elementen in het oog. Rechte en gebogen lijnen, organische en grafische vormen, cultuur en natuur, chaos en structuur, hard en zacht, spontaan en bedacht, intuïtie en ratio gecombineerd in een optische vermenging van lagen. Zelf typeert de kunstenaar ze als ‘installaties op het platte vlak. Het resultaat zijn werken met een raadselachtige meerduidigheid. Korten: ‘Misschien is dát wel cruciaal in ons bestaan. Dat je alles wat er is, kunt vatten in de context van zijn tegendeel. Het leven is er bij gratie van de dood: daar begint het mee.’

De platen mdf en de acrylverf die hij doorgaans gebruikt, worden ‘een container voor het onzichtbare.’ Korten: ‘Want daar draait het in kunst uiteindelijk om. Je creëert iets wat er eerst niet was, met de middelen die je inzet: vormen, kleuren, verfdikte, materialen. Als je op linnen werkt, blijft het doek deinen en de structuur van het linnen zichtbaar. Op mdf zijn venijnig scherpe scheidingen mogelijk. Ik gebruik mijn verf nogal nat. Met acryl kan ik heel dun en gelaagd werken. De ondergrond blijft meedoen, je kunt het proces reconstrueren: eerst was er dit, toen kwam dat.’

‘Verf moet vloeien,’ vindt Korten. In een van de aantekeningen preciseert hij hoe vloeistof beeld wordt. ‘Zoals cellen zich delen, zo vormen de vlekken zich. Ik probeer en observeer. Er is geen vooropgezet plan, maar er is wel een bedoeling.’ En vroeg of laat ontstaat dan een vruchtbare combinatie van elementen. ‘Darwinisme in verf,’ noemt Korten het. ‘Het verstand is er om het gevoel te begrijpen. Ze hebben elkaar nodig, je kunt ze niet uitzetten.’

Zo’n twintig jaar geleden was Kortens methode strenger en werkte hij veel met rasters. ‘Ik ben dat gaan doen omdat ik daarvóór verdronk ik in het schilderen, het schoot alle kanten op. Om meer greep te krijgen ben ik gaan tekenen, bande de kleur uit. Van een kleurrijke, organische vormentaal belandde ik in een strakkere, grafische wereld. Een belangrijke fase, maar op den duur ervoer ik het als te onpersoonlijk. Het bleven te veel maaksels, het werd te weinig beeld. Later heb ik de vrijheid hervonden me niet dogmatisch op één aanpak te focussen.’ Misschien probeert Korten zo de kunstmatige scheiding tussen abstract en figuratief op te lossen. ‘Als je begint, heb je het idee dat je een compleet nieuw universum schept dat niets van de wereld wil weten, zich er zelfs van afkeert. Op den duur merk je dat dat onmogelijk is. Zo is een abstracte, amoebeachtige vorm in een van mijn werken gebaseerd op een kunststof vijvertje uit een tuincentrum. Natuur en cultuur zijn soms niet van elkaar te onderscheiden. Wat alleen maar vorm lijkt, blijkt ineens een ding en andersom. Iemand die op atelierbezoek was, duidde mijn werk eens onder verwijzing naar wat je ziet als je hier uit het raam kijkt. Aan de ene kant strenge architectonische lijnen, aan de andere kant bomen en organische vormen. Tussen die twee polen beweeg ik mij kennelijk. De gedachte iets te maken wat losstaat van de werkelijkheid is moeilijk vol te houden. Je reageert altijd op je omgeving. Maar: ik wil geen illustratie maken van de wereld, ik wil er iets aan toevoegen.’

Blijven dubben

‘Diver’s Eye’ heette de tentoonstelling vorig jaar in museum De Pont. De titel ‘Het Oog van de Duiker’ hangt samen met Kortens fascinatie voor de zee. Die onmetelijke vloeibare vlakte vol onbekend leven: wat weten we er eigenlijk van? ‘De zee is exotisch mooi, maar ook geheimzinnig en dreigend. Er staat dan ook niet ‘Diver’s View’ – wat zien we in die onderwaterwereld? – maar ‘Eye’. Ik verwijs naar het instrument dat je gebruikt om te kijken. Het oog is de sluis met de buitenwereld die ervoor zorgt dat het uitwendige verinnerlijkt wordt. Welke ervaring blijft achter?’

Taal is voor Korten geen middel om de interpretatie dwingend te sturen. ‘Woorden gebruik ik om associaties te versterken.’ Een voorbeeld is de serie Zeeaas. De spiegelbeeldige schoonheid van het woord vormde de aanleiding er iets mee te doen. De symmetrie, de klank, de geheimzinnige betekenis van een woord dat hij ‘in het wild’ aantrof, resulteerden in zes werken. Telkens is één van de letters uit het woord Zeeaas leesbaar. Korten: ‘Ik beschouw het als een extra laag wanneer zo’n woord zich verbindt met wat je ziet. Maar het is niet per se de sleutel tot het werk.’

Ook de titelkeuze voor de serie DUB is inhoudelijk bepaald. Korten: ‘In de muziek is dubben het fenomeen dat je over een bestaande laag een nieuwe laag legt. In een geslaagd liedje vallen de melodie en de beat perfect samen met de tekst. Zo’n opbouw streef ik met acrylverf na: laag voor laag. Uiteraard is er dan ook nog de woordenboekbetekenis van ‘lang nadenken, prakkiseren’. Hoe lang blijf je dubben voor het weerbarstige materiaal zich gewonnen geeft en de belofte die je op de hielen zit zich eindelijk blootgeeft? Wanneer levert de wrijving een beeld op dat standhoudt? Dat merk ik aan mijn adrenaline. Ineens is zo’n schilderij een eigenwijs ding geworden. Een ding dat mij niet meer nodig heeft.’


René Korten: de kleur komt terug

Duncan Liefferink, Zuiderlucht Cultureel Maandblad nr.8, bijlage, augustus 2013

René Korten contrasteert strakke vormen met welhaast smakelijk schilderwerk. Vorig jaar had hij een solotentoonstelling in Museum De Pont in zijn woonplaats Tilburg.

Als kind speelde René Korten (Horn, 1957) veel buiten. “Een hut graven op de Franse Berg, een vergeten stukje natuurgebied, dat was gelukzaligheid. Tot de provinciale weg werd aangelegd. Een kaarsrechte lijn met een hoog talud. Toen was het ineens gevaarlijk en kwamen we er haast nooit meer.

Ik had er lang niet meer aan gedacht, maar een tijdje geleden kwam het ter sprake tijdens een kunstenaarsgesprek met Rick Vercauteren van Museum van Bommel van Dam in Venlo. Die herinnering is misschien wel een mooie metafoor voor mijn werk. Dat gaat ook over de tegenstelling tussen natuur en cultuur: strakke vormen tegenover meer intuïtieve elementen.

Die tegenstelling zit in mijn hele werk, maar de balans verschilt. Toen ik net van de academie in Tilburg kwam, begin jaren tachtig, legde ik mezelf bewust beperkingen op. Ik werkte alleen in zwart/wit: reduceren, het schilderij als eigen universum, zonder directe relatie met de werkelijkheid. Ik zocht met onpersoonlijke middelen naar een persoonlijke uitkomst. Later kwam de kleur terug. En de wereld. Een tijd lang bracht ik die binnen in de vorm van foto’s die ik in het schilderij inbouwde – toch weer een manier om het minder persoonlijk te maken.

Vanaf 2001 heb ik een aantal jaren samengewerkt met Jan van den Langenberg. We deden allerlei projecten: bouwwerken, films, fotografie. Dat werk was veel conceptueler, ik heb in die periode vrijwel niet geschilderd. We discussieerden veel: over het mens-zijn, over de natuurlijke oorsprong en het ‘dierlijke’ instinct van de mens.

Met die thema’s houd ik me nog steeds bezig, maar nu weer meer vanuit de materie, de verf. In Heythuysen laat ik een keuze uit mijn recente schilderijen zien. Die zijn, denk ik, vrijer en intuïtiever dan de vroegere. Ik leg mezelf minder regels op, ik weet dat beide kanten er toch wel in zitten. Het intuïtieve is trouwens deels schijn. Ik werk vaak lang aan een schilderij: veel overwegen en dan snel handelen. Het moet wel daadkracht uitstralen.

Ik vind het leuk mijn werk na zoveel jaren weer eens in mijn geboortestreek te laten zien. Als kind tekende ik al voor de schoolkrant, voor het tennisblaadje, voor carnaval, voor de lokale krant. Ik denk dat er mensen zijn die zich dat nog herinneren.”


Schilderijen waarin het herkenbare verdwijnt of verschijnt

Marije Bouman, Friesch Dagblad, 27 februari 2013

In de tentoonstelling Omzwervingen vormt het werk van de drie exposanten een mooi trefpunt. Toch gaat ieder geheel zijn eigen weg in het zoeken naar de essentie der dingen.

Op de begane grond van de Drachster E.M. Galerie zijn schilderijen van René Korten en Yves Beaumont. Hun benaderingswijze is totaal verschillend, maar een overeenkomst is dat zij beiden gevoel hebben voor monumentaliteit.  Dit geldt ook voor de schilderijen van Paul Corvers die gepresenteerd worden in een aparte ruimte op de bovenverdieping. Zijn heldere kleurgebruik heeft tot gevolg dat het werk zichzelf betrekt in wat zich daar beneden afspeelt, waardoor een gelijkwaardig totaalbeeld ontstaat.

Yves Beaumont en Paul Corvers gebruiken het landschap als aanknopingspunt en zoeken daarbij naar het moment dat het kenbare verdwijnt en iets anders wordt. Bij René Korten verloopt het proces juist andersom, de abstractie is zijn aanknopingspunt waarbij hij uiteindelijk uitkomt bij iets wat hij herkent. Dat kan iets landschappelijks zijn, vaak gecombineerd met tekens zoals letters of plattegronden. Dit helpt hem een associatiestroom in gang te zetten. Cultuur versus natuur, daar draait het bij René Korten (Horn, 1957) om. Althans dit komt naar voren in de uitleg over zijn werk dat in een mooi boekwerk is opgenomen naar aanleiding van zijn tentoonstelling in het De Pont Museum in Tilburg afgelopen jaar. Zijn onderwerp is natuurlijk heel ruim op te vatten maar duidelijk is dat Korten de uiterste contrasten opzoekt binnen de abstractie en vooral zijn kracht vindt in het experiment. Dat gebeurt zowel in kleur zoals in Narcosis, waarin hij een helder gele laag over pimpelpaars heeft geschilderd dat er nog ternauwernood tussenuit piept, als in Senknecht. In dit laatste werk worden strakke vlakken afgewisseld met organisch gegroeide verfvlekken, een strak rasterpatroon en wit afgeplakte lijnen die nodig zijn om het contrast en daarmee de spanning te verhogen.

Het werk van Paul Corvers (’s-Hertogenbosch, 1953) is aardser maar even kleurrijk. Hij haalt zijn inspiratie uit de beleving van een landschap waarbij de essentie probeert te vatten en al het overbodige weglaat. Wat opvalt bij de negentien schilderijen die op een speelse manier ten opzichte van elkaar zijn opgehangen, dat in de helft een kader is geschilderd waarbinnen zich iets afspeelt. Alsof de kijker door een raam of tunnel kijkt waardoor het geziene iets afgeslotens krijgt. Zeer primair zijn wolken, lucht en land verbeeld; zijn schilderijen bestaan vaak uit slecht enkele elementen, met een stevige verstreek neergezet.

Yves Beaumont (Oostende, 1970) schildert landschappen waarbij hij zoveel mogelijk weglaat of weer weg schildert, waardoor een mysterie wordt opgeroepen. De glans van een waterplas in donkere landen, de vlekkeloze overgang van een witte lucht in het water die bij The River enkel verbroken wordt door twee wiggen van donkere bosschages. Het kleurenscala ligt daarbij dicht bij wit of dicht bij zwart.


Omzwervingen in E.M. Galerie

Susan van den Berg, Leeuwarder Courant, 22 februari 2013

De expositie ‘Omzwervingen’ in de E.M. Galerie brengt drie rasschilders bij elkaar op een paar vierkante meter. De combinatie van de verstilde poëzie van Yves Beaumont (1970), met levendige abstracties door Paul Corvers (1953) en de vitale verfhantering van René Korten (1957) werkt wonderwel.

Laatstgenoemde kunstenaar – die zich aanvankelijk richtte op het maken installaties en het ontwikkelen van projecten op locatie – is sinds een aantal jaren terug waar hij ooit begonnen is, en dat is bij de schilderkunst. Vorig jaar was in Tilburg een interessante solo aan zijn werk gewijd, die werd begeleid door de fraaie monografie ‘Divers Eye’, waarin de werken worden belicht die tussen 1997 en 2012 zijn ontstaan. Uit die periode hangt een kleine selectie nu in Drachten. Het gaat om grote schilderijen met gemengde technieken en kleine werken op papier, die beide opvallen door een geraffineerd vormgevoel en een experimenteel materiaalgebruik. Ze zijn opgebouwd uit transparante lagen van strenge en luchtige streken. Gecontroleerde bewegingen langs mallen of tape worden moeiteloos gecombineerd met overschilderingen uit de losse hand, waardoor het formele en het organische met elkaar worden verenigd, in een spontane dans tussen het concrete en het associatieve. Die tegenstelling is te herleiden tot de polariteit tussen natuur en cultuur, een thema dat zich ook bij de andere exposanten manifesteert. De titel van de tentoonstelling is daar eveneens aan ontleend, want met ‘Omzwervingen’ wordt geduid op het rondtrekken langs de verschillende landschappen, zoals de kunstenaars elk op eigen wijze doen.

In dat kader is de wereld van Yves Beaumont even lyrisch als poëtisch. Hij reduceert landschappelijke elementen tot het ritme van boomstammen in het bos, de weerspiegeling van de wolken in het water of een landschap dat wordt onderstreept door de sterk aanwezige horizon. Door middel van vervaging weet hij een mysterieuze sfeer te creëren, die doet vermoeden dat zijn vormen allemaal aan de nevelen van de nacht worden onttrokken, om daarna te schitteren in de schaduw.

In de bovenzaal zijn de werken van Paul Corvers verenigd in een kleine solopresentatie, die overtuigend aantoont dat de schilder – wiens werk al vaker te zien was in de galerie – zich blijft ontwikkelen. De abstracties die hun oorsprong kennen in een sterk persoonlijke beleving van het landschap, worden steeds verder ontdaan van hun aantoonbare origine en groeien daardoor in zeggingskracht.

Het is duidelijk, deze drie schilders staan met beide benen in de verbeelding. Waar heel veel kunst bij eerste (of nadere) beschouwing door de mand valt vanwege aangeleerde virtuositeit, gebrekkige verbeeldingskracht of geleende melancholie, blijven deze beelden bovenmatig boeien door hun eerlijke – maar nooit onbeholpen – aanwezigheid. Hier gaat het om de tijdloze kwaliteiten van innerlijke landschappen, want schoonheid verjaart niet, ook niet bij ‘Omzwervingen’. Zwerven is namelijk iets anders dan verdwaald zijn.


Daadkracht en aarzeling

Hendrik Driessen, directeur Museum De Pont in boek 'Diver's Eye', juni 2012

De schilderijen van René Korten laten zich al van veraf lezen. Bij beschouwing van nabij geven ze wel meer van zichzelf prijs maar veranderen ze niet fundamenteel van karakter of betekenis. Van afstand bezien valt direct op hoe helder Korten zijn werk componeert - van dichtbij word je verlokt door de verf, die ondanks de transparantie een bijna sensuele materialiteit bezit. Maar zelfs als je er met je neus op staat blijven de waargenomen details dienstbaar aan de ervaring van het geheel.

Hoe realiseert Korten dat? Hoe weet hij die verleidelijke zinnelijkheid van het materiaal zo goed onder controle te houden en te verweven in onze beleving van het complete schilderij? Ik ga er vanuit dat het te maken heeft met de verbindende werking van zijn handschrift. Tekenen is, naast schrijven, ongetwijfeld het medium waarin gedachte en uitvoering, denken en doen, het mooist kunnen samenvallen, maar de schilderijen van René Korten zitten het tekenen op de hielen. Hij schildert als een tekenaar en tekent als een schilder. Overal is de daadkracht of juist de aarzeling voelbaar waarmee hij het mentale beeld overbrengt op het platte vlak.

Een lijn is bij hem niet alleen de begrenzing van een vorm, maar ook een beeldende factor van belang waarin potlood of kwast minstens zoveel tot uitdrukking brengen als dat grote geheel van het complete werk. Dat zal de gemiddelde kijker allemaal worst wezen, als men het schilderij maar ‘mooi’ vindt. Maar ik weet zeker dat de reden waarom we zo kunnen genieten van het werk van Korten juist komt door die speurtocht naar het samenvallen van alle samenstellende delen in dat verrassende, grotere geheel dat we een geslaagd kunstwerk noemen. En juist als niet alles duidelijk of verklaarbaar is openbaart zich zo’n ‘mooie’ ontdekking.


DUB, over het werk van René Korten

Hanneke de Man in boek 'Diver's Eye', juni 2012

In zijn atelier wordt René Korten omringd door schilderijen in wording; aan de muur, op de grond en - als hij een werk onder handen heeft - steunend op ijzeren beugels, iets schuin tegen de wand. De werken bevinden zich in verschillende stadia van voltooiing. Bij een aantal zijn provisorisch stroken en stukjes papier op het beschilderde oppervlak bevestigd om de exacte positie en lengte te bepalen van de geschilderde lijnen en vlakjes die tegenspel moeten gaan bieden aan de beweeglijkheid en transparantie van reeds aanwezige verflagen. Schilderen is bij Korten een proces waarin actie en reactie, onmiddellijkheid en reflectie elkaar afwisselen. Terwijl hij in de ene fase de vloeibare verf zelf zijn weg laat zoeken of in zijn manier van schilderen een schijnbaar rommelige nonchalance ambieert, neemt hij in de volgende fase de controle weer over en experimenteert langdurig met de plaatsing van een lijn of de golving van een contour, omdat kleine veranderingen het verschil uitmaken. Korten beoefent de schilderkunst als een in toom gehouden vrij spel, waarin hij de beeldende potentie beproeft van tegengestelde elementen.

In een recente, driedelige serie lijkt dit zoeken en reageren op wat zich aandient, vervat in de titel. Op de mdf-platen die als drager fungeren, is in dunne potloodlijnen telkens één letter geconstrueerd. De strakke contouren blijven door de kleurwassing heen zichtbaar en schragen de guirlandeachtige banden, die in deze serie een opvallend element zijn. Samen vormen de potloodletters het woord DUB, tevens de hoofdtitel van de werken. Door de bondigheid heeft deze titel een laconieke klank, tegelijkertijd roept het woord associaties op met het gelijknamige werkwoord.
Korten gaf deze titel ook in 1990 al een keer aan een werk. Van een vrij spel met de schilderkunst was toen nog niet echt sprake. In dit werk drukken de precisie van een fijnmazig raster, egale kleurvlakken en de uitgespaarde contouren van een cirkel en ovaal hun stempel op het beeld. Hoewel de twee versies van Dub visueel sterk verschillen, is de manier waarop ze zijn geconcipieerd verrassend overeenkomstig. Bij beide berust het beeld op de confrontatie van tegengestelde beeldelementen, die niet alleen tegenover elkaar zijn geplaatst, maar ook in lagen over elkaar heen. Ook dat principe van stapeling ligt besloten in de titel Dub. In verschillende muziekvormen wordt de praktijk om bestaande muziekfragmenten te ‘stapelen’ en zo tot een nieuw geheel te smeden met die term aangeduid.

De eerste versie van Dub dateert uit het begin van het kunstenaarschap van Korten, die in 1982 zijn studie aan de Academie voor Beeldende Vorming in Tilburg afrondde. Het was een tijd waarin de schilderkunst zijn onbekommerdheid was kwijtgeraakt. De Fundamentele Schilderkunst had - naar de mening van velen - de uiterste consequenties getrokken uit het gegeven, waarop Maurice Denis al in 1890 zinspeelde met zijn beroemde uitspraak: ‘Bedenk dat een schilderij -vóór het een strijdros, een naakte vrouw of een of ander verhaal is- in wezen een plat vlak is, bedekt met kleuren die op een bepaalde manier geordend zijn.’
Het alom verkondigde einde van de schilderkunst weerhield Korten er niet van om aan dit medium vast te houden. Figuratie hield voor hem geen uitdaging in. Evenals destijds veel andere non-figuratieve kunstenaars, koos Korten voor een formele benadering waarin de autonomie van het beeld voorop stond. De constructie van het beeld en de fysieke hoedanigheden en gedragingen van het materiaal kregen daarbij alle aandacht. ‘lk voel me [...] meer verwant met beeldhouwers als Klingelhöller en Cragg dan met andere schilders. lk maak min of meer een installatie op het platte vlak; de grootst denkbare contrasten worden samengebracht met sterk aan elkaar gerelateerde, in elkaar overgaande delen. [...] Het is vooral bouwen op het vlak.’ noteerde hij op 10 maart 1993.
Terugkijkend op die periode zegt hij nu: ‘Ik wilde het steeds zuiverder; ik wilde niet dat het te maken had met de wereld, maar dat het kunstwerk zelf een wereld was; geen verwijzingen en geen symboliek. Achteraf denk ik dat het toch veel complexer is dan dat.’

Wat voor beeld streef je na en hoe verhoudt zich dat tot de wereld? Het is in de afgelopen twintig jaar een centrale vraag in het oeuvre van Korten gebleven. Waaraan een schilderij in zijn ogen moet voldoen om een interessant en spannend beeld op te leveren, was al snel duidelijk. Korten zoekt in al zijn werken de confrontatie tussen uiteenlopende, vaak tegengestelde beeldelementen, die elkaar uitdagen, bevragen, naderen maar zich nooit met elkaar verzoenen. Op de vraag op welke manier dergelijke beelden hun geldigheid hebben en wortelen in de wereld waarin ze zijn ontstaan, is het antwoord minder eenduidig.
Aanvankelijk zocht Korten dat bestaansrecht in een puur formele benadering en zette hij de rechte af tegen de gebogen, de geconstrueerde tegen de vrij uit de hand getrokken lijn. Hij verenigde de transparantie van het raster met de dichtheid van een kleurveld en de concreetheid van het materiaal met het illusoire van geschilderde lijnen en vlakken.  
Vanaf 1996 worden ook de aard en het gedrag van het materiaal steeds meer onderdeel van dit principe van dualiteiten en steekt de grilligheid van spontaan gevormde kleurvlekken af tegen egaal geschilderde vlakken en grafische elementen. Daarnaast worden de feitelijke eigenschappen van het materiaal uitgebuit en zet hij het patroon van de nerven in een plaat multiplex, de opeenhoping van pigment, de transparantie van sterk verdunde acryl of de glans van grafietverf actief in om het beeld rijker te maken. In 1997 doen tenslotte ook fotografische elementen hun intrede en infiltreert de werkelijkheid als ‘objet trouvé’ in de voorstellingsloze wereld van het schilderij.
Al die verschillende elementen geven Kortens oeuvre een grote visuele verscheidenheid. Van een rechtlijnige ontwikkeling is bovendien geen sprake, veeleer van een cirkelende beweging, waarbij steeds nieuwe mogelijkheden worden opgepakt, uitgeprobeerd en tot zeggingskracht worden gebracht om soms plotseling te verdwijnen en later weer te worden hernomen.

Parallel hieraan evolueerde Kortens visie op het karakter en de betekenis van vormen. De twee kanten die hij in zijn schilderijen wil samenbrengen - het formele en organische, het geconstrueerde en spontane, de vorm en de kleur, het concrete en het associatieve - kunnen worden teruggevoerd tot de polariteit cultuur - natuur. We hanteren ze vaak als tegenpolen, maar is er wel een scherpe scheidslijn tussen beide te trekken en is het punt waar ze elkaar raken en doordringen niet veel interessanter? Korten is gefascineerd door dat diffuse gebied. De fotografische afbeelding van een plastic tuinbassin, die in een aantal werken uit het eind van de jaren negentig opduikt, is voor hem een belichaming van deze paradox. Het is een aan de tekentafel ontworpen object, waarvan de vloeiende contouren zijn ontleend aan oervormen in de natuur; een object ook dat in al zijn kunstmatigheid, de waterstroom een natuurlijk verloop moet geven.
De problematiek van cultuur versus natuur speelt niet alleen een prominente rol in zijn schilderijen, maar is ook een belangrijk thema in de samenwerking die Korten in 2001 aanging met de kunstenaar Jan van den Langenberg (1948). In dat jaar ontstond een eerste gezamenlijke installatie waarin de wisselwerking tussen cultuur, kunst en natuur een belangrijk uitgangspunt is. De samenwerking bleek zo uitdagend en intensief dat Korten tussen 2003 en 2007 het schilderen in zijn eigen atelier opgaf om zich geheel te wijden aan gezamenlijke projecten op zulke uiteenlopende locaties als het polderland rond Nagele, een zeventiende-eeuwse boerenschuur in het Belgische Melkwezer en een voormalig militair complex in Potsdam. Tot 2010 - het jaar waarin beide kunstenaars weer een eigen weg gingen- hebben zij bijna 25 presentaties gerealiseerd waarin hun gemeenschappelijke fascinatie voor natuurlijke veranderingsprocessen en de mogelijke uitwerking hiervan op de identiteit en leefomgeving van de mens, op allerlei manieren gestalte kreeg.
Vergeleken met de eigen schilderpraktijk impliceerden de projecten met Jan van den Langenberg een andere manier van werken. Niet het materiaal, maar het idee was richtinggevend. Afhankelijk van het project, de ruimte en het karakter van de locaties, kregen deze ideeën vorm in zeer uiteenlopende media en technieken. Terugkijkend op deze periode zegt Korten: ‘Wat ik heel spannend heb gevonden is de manier waarop je kijkt naar de wereld; hoe je gevoed kunt worden en geraakt door iets op je pad, hoe je daarop ingaat en het tot kunst maakt.’ Het is een ervaring die is blijven doorwerken, ook toen het schilderen weer zijn belangrijkste bezigheid was geworden en in plaats van het idee, de omgang met het materiaal het uitgangspunt werd.

Hoewel het zwaartepunt in de afgelopen jaren op het autonome schilderen ligt, heeft Korten ook enkele installaties op locatie gemaakt. Fountainhead - A Furnished Landscape neemt daarin een bijzondere plaats in. Voor de installatie, die hij in 2009 realiseerde in het Tilburgse kunstenaarsinitiatief Argument, koos hij de dagelijkse ateliersituatie als vertrekpunt. Het werk was opgebouwd uit dezelfde mdf-platen die Korten ook als drager voor zijn schilderijen gebruikt. Net als in het atelier, bevonden deze zich op beugels en steunend tegen de muur. Terwijl die positie in het atelier een puur praktisch nut dient, gebruikte hij het wankele evenwicht van de schuin tegen de wand geplaatste platen nu als een visueel beeld met een sculpturale potentie. De grote platen bevonden zich dicht bijeen en in twee rijen boven elkaar, zodat de wanden bijna geheel aan het oog werden onttrokken. Om de verbinding met de ruimte te versterken, waren de onderste platen deels met gesso bedekt, precies tot halverwege de hoogte van de ruimte.
De platen werden niet alleen geactiveerd door dit witte fries, maar ook door een belofte aan beelden. Op een aantal panelen was in dunne potloodlijnen een grote, zorgvuldig geconstrueerde letter aangebracht, op andere bevond zich een horizontale band van kleine stickers, die eveneens beschreven waren. De letters voegden zich tot de titels van zowel bestaande als nog niet gerealiseerde schilderijen. Het was alsof de bezoeker oog in oog stond met de achterkant van een oeuvre in ontwikkeling. Verleden, heden en toekomst waren vervat in één beeld.

Fountainhead - A Furnished Landscape markeert een belangrijk scharnierpunt in Kortens carrière, een schakel tussen een meer conceptuele periode en het moment waarop hij het schilderen weer met nieuw elan ter hand nam. Een jaar later kreeg de installatie nog een extra betekenis, toen Korten de daarin verwerkte mdf-platen als drager koos voor een nieuwe serie schilderijen. Tot dan toe prepareerde hij de mdf-platen met een egale laag gesso als hechtlaag voor de verf. Voor de zesdelige serie Sea Bait benutte hij de staat waarin de platen in de installatie hadden gefigureerd: slechts gedeeltelijk bedekt met gesso en betekend met de bijna vlakvullende letters in potlood.
De herinnering aan een vorige fase in hun bestaan, was niet alleen bepalend voor de structuur van de schilderijen, maar werd ook ingezet om de visuele rijkdom en de gelaagdheid van het beeld te vergroten. Daar waar de kleurwassing is aangebracht over de ongeprepareerde delen van de plaat, heeft de verf zich in het mdf gezogen en zijn de ingehouden pasteltinten in roze en geelgroene tinten matter en donkerder dan over de gesso onderlaag, waarop de verfstreek zich bovendien veel scherper aftekent. Door toepassing van sterk verdunde acrylverf schemert de ondergrond door de kleursluier heen en is er een optische vermenging van de verschillende lagen. Gedempte schilderkunstigheid wordt zo verbonden met de grafische helderheid van een dartel golvende lijn en de strakke contouren van potloodletters. Samen vormen de letters op de zes verschillende panelen het woord ZEEAAS. Korten zag het woord eens staan op de gevel van een bedrijf in Zeeland en werd zowel getroffen door het bijna symmetrische letterbeeld, als door de geheimzinnige klank en de poëzie ervan.
Vertaald in het Engels vormt het woord de titel van de serie. Titel en beeld verbinden zich met elkaar en roepen associaties op met een weidse, beweeglijke ruimte. De slingerende vorm, die het schilderij binnendringt, lijkt daarin een wezensvreemd element. De vorm is voor meerdere uitleg vatbaar - als een beweeglijk lint of als de solide begrenzing van een holle vorm, die met even veel recht als een beschermende omhulling of als een kooi kan worden opgevat. De vorm duidt op menselijke aanwezigheid, maar geeft zijn betekenis niet prijs.
Wat voor dit detail geldt, gaat ook op voor de schilderijen zelf. De blik laat zich meevoeren door de beweeglijkheid van de kleur, haakt aan een vastomlijnde vorm of staat stil bij een spannend schilderkunstig detail. Er komen associaties op en herinneringen aan motieven uit de werkelijkheid, maar als geheel blijft het beeld zich onttrekken aan een eenduidige interpretatie. Die raadselachtige en soms vervreemdende meerduidigheid is wat Korten ook in de werkelijkheid boeit en inspireert, of dat nu een op straat gevonden vulling van een fietszadel betreft, het staketsel van een in de as gelegde woning, het opschrift op een vrachtwagen of de klank van een woord.

‘Ik vind het het spannendst als een gedachte of idee zich verbindt met een visueel feit, maar er is niet slechts één sleutel.’ zegt Korten over de duiding van zijn schilderijen. Dat proces van interpretatie voltrekt zich tijdens het schilderen ook bij hem zelf. Van te voren is het beeld van hoe het schilderij eruit moet gaan zien, nog diffuus. Evenmin weet hij op welke manier de twee polen, die beide aandacht moeten krijgen voor een betekenisvol beeld, zullen samenkomen. Tijdens het ontstaansproces laat Korten zich prikkelen door wat zich aan weerbarstigheden en kansen voordoet en grijpt deze aan om nieuwe stappen te zetten.
De golvende lijn - als tegenhanger van de rechte - is zo’n element dat in de afgelopen twee jaar sterk is geëvolueerd. Vanaf het begin is de cirkelvorm een motief dat in vele gedaantes in Kortens schilderijen figureert. Vormde de cirkel in de uit 1990 daterende versie van Dub juist door zijn perfectie een sprekend contrast, in de recente schilderijen is deze meetkundige figuur zelf de belichaming geworden van tegenstrijdigheden. In plaats van de cirkel, schildert Korten - met behulp van een mal - nu vooral de omtrek. De golvende lijnen in de Sea Bait serie en in de eerder genoemde reeks Dub 1,2,3 zijn ontstaan als de verbindende omtreklijn van een snoer cirkels. Doordat deze golvende lijn niet in één beweging, maar in etappes is gezet, springen kleine overlappingen in het oog. Bovendien zijn door het gebruik van de mal rafelige leklijntjes ontstaan, die contrasteren met de strakke potloodcirkels die als hulpmiddel dienden voor de constructie. Korten koestert dergelijke kleine oneffenheden, die van een simpele vorm een complex geheel maken.
De tegenstrijdigheden in de beeldelementen bewerkstelligen op formeel, maar ook op associatief niveau een meerduidigheid die zich niet laat reduceren tot simpele tegenstellingen. Zijn de golvende lijnen in Dub 2, Cellar Door bewegingen of zijn het contouren en welke vorm omsluiten zij dan? Afgaand op de potloodcirkels, zijn de slingerende lijnen geconstrueerd als drie banen. Door het gebruik van afwisselend lichte en donkergrijze verf ervaar je de lichtgrijze binnenlijnen echter als de contouren van een vorm en de donkergrijze buitenlijnen als een echo daarvan. Ook die vorm zelf is meerduidig en roept associaties op met een torso en een stierenkop. In het grote schilderij Valid Invalid is die tweeledige associatie met de realiteit nog sterker. De turkooizen kleurvlakjes en de raadselachtige, witte lijntjes verzetten zich echter tegen al te snelle conclusies.

Sterker dan daarvoor heeft Korten zich in de afgelopen twee jaar een ‘echte’ schilder getoond, voor wie de zintuiglijke ervaring en de associatieve kracht van vormen en kleuren, van materialen en verfopbreng op de eerste plaats komen. Het formele handelen heeft de overhand genomen, maar het  schilderij is voor Korten pas voltooid als het beeld dat formele spel overstijgt en associaties oproept met de wereld en de menselijke ervaring. Pas dan, wanneer het schilderij buiten zichzelf treedt en zich in zijn meerduidigheid en complexiteit verbindt met de al even ongrijpbare realiteit, heeft het werkelijk bestaansrecht. Het is een metamorfose waar Korten naar toe werkt, voorspellen laat dat magische moment zich echter niet. Het voltrekt zich.


De noodzaak van het onkenbare

Alex de Vries, in boek 'Diver's Eye', juni 2012

Schilderijen van René Korten vervluchtigen voor je ogen. Hij gebruikt verf om het materieloze te verbeelden. Zoals in het perspectief van een landschap of een zeegezicht in een onbestemd gebied aarde of water in lucht oplost, zo gaan in zijn schilderijen waarneembare gewaarwordingen op in onverklaarbare verschijnselen. Zijn uitgangspunten zijn concreet. Het zijn eenvoudige opdrachten die hij zich stelt, dat wil zeggen in hun formuleringen, terwijl de uitvoering van het voornemen een vrijwel onmogelijke opgave is. Ieder kunstwerk dat hij maakt is een manier om die onmogelijkheid te boven te komen. De opdracht die hij stelt, ligt buiten hemzelf maar moet in hemzelf worden gerealiseerd. Door te schilderen brengt hij iets binnen zijn bereik wat er eerder niet was. Het was er niet, maar in het schilderij is het er.

Door iets te doen wat buiten zijn vermogen ligt, brengt René Korten iets tot stand wat hij zich niet toevertrouwt. Hij moet daarvoor iedere keer iets in zichzelf overwinnen. Alles wat voor de hand ligt om als kunstenaar te doen, legt hij naast zich neer als te kenbaar. Voor hem ligt de noodzaak van het kunstenaarschap in het onkenbare.

Een schilderpaneel is een veld van mogelijkheden, waarin de geschilderde elementen elkaar opheffen om een beeld te vormen. Hoe verschillend de afzonderlijke delen ook zijn, samen vormen ze de ingrediënten voor een beeldcompositie waarin ze de ongerechtigheden ten opzichte van elkaar opheffen. Afzonderlijk van elkaar bekeken, staan ze in geen enkele verhouding tot elkaar, hooguit als tegendelen of Fremdkörper, maar in de schilderijen van Korten komen ze met elkaar in overeenstemming op een manier die alleen schilderkunstig te realiseren valt.

Zijn werk vindt regelmatig een aanleiding in woorden die door hun eigenaardige samenstelling een beeld oproepen dat je niet kunt beschrijven. Het kan alleen worden verbeeld. De woorden die hij gebruikt, komt hij tegen, hij vangt ze op en trekt ze vervolgens uit elkaar, stelt ze opnieuw samen, kort af, breidt uit, dikt in, hoogt op, neemt weg. Het schilderen van beelden die woorden en daarmee samenhangende betekenissen onderzoeken, leidt tot werk waarin niet zozeer een woordbeeld het resultaat is, maar een droom, een palindroom in de vorm van een beeld. Als je een beeld van Korten omdraait, zie je hetzelfde, maar toch is het anders. Je benadert het van de andere kant en je verliest het perspectief uit het oog. De diepte wordt plat of het oppervlak krijgt diepgang. Ernaar kijken betekent in ieder geval dat je in jezelf moet afdalen om de betekenis ervan op te duiken.

De geschilderde gedaante van het werk van René Korten is vloeibaar en transparant en tegelijkertijd breekbaar, alsof er kortstondig iets is gestold. Als je de schilderijen met je ogen aanraakt, verpulveren ze al bijna, als eierschaalpoeder dat met beenderlijm even bij elkaar wordt gehouden in de voorstelling die je ondergaat. Je krijgt zand in je ogen. Je wrijft je ogen uit. Je knippert met je ogen. Je ogen tranen. Je weet niet wat je ziet en je scherpt je blik aan de gedaante van het schilderij die dan pas gestalte krijgt. Het schilderij bestaat pas als het wordt gezien.

Door naar deze schilderijen te kijken, kun je je op een manier tot het leven en de wereld verhouden die minstens zo verbazingwekkend en raadselachtig is als dit werk. Je ziet allerlei herkenbare en leesbare facetten die in de verhouding die ze met elkaar aangaan een gewaarwording tot stand brengen, waarvoor geen verklaring is, terwijl die wel vanzelfsprekend is. Je kunt niet uitleggen wat je ziet, alleen aanvaarden dat het dit uiterlijk heeft aangenomen. In het werk van René Korten is de uiterlijke schijn de letterlijke verbeelding van het uitdrukkingsloze. Iets wat niet bestaat, verschijnt voor je ogen. Er wordt iets wezenlijks aan de wereld toegevoegd wat weliswaar onbestaanbaar is, maar waar je het niet meer zonder kunt stellen. René Korten heft het gemis op dat je nog niet gewaar was geworden.


René Korten lost zijn beloftes nu in

Gerrit van den Hoven, Brabants Dagblad, 28 juni 2012

Opeens is de Tilburgse kunstenaar René Korten overal. In De Pont, Luycks Gallery, De Volkskrant. En hij heeft ook een boek uit met een overzicht van recent werk.

Drie jaar geleden had de Tilburgse kunstenaar René Korten een merkwaardige expositie bij kunstruimte Argument. Hij toonde er op een rij naast en boven elkaar hangende mdf-platen, het materiaal waarop hij werkt. Deels waren die platen met grondverf geprepareerd en er stonden soms potloodlijnen en letters op. Daarnaast waren er titels van schilderijen die hij al had geschilderd of misschien nog ging schilderen.

De minimalistisch ogende installatie moest als een soort motor gaan fungeren, een kickstart voor een reeks nieuwe schilderijen met nieuwe thema's. Een belofte voor de toekomst.

En ziedaar, drie jaar later is het zo ver. Het atelier van Korten staat en hangt vol met nieuwe schilderijen. Sommigen zijn vanaf zaterdag in De Pont te zien, anderen hangen sinds afgelopen week bij Luycks Gallery. De Argument-methode heeft gewerkt. In de nieuwe schilderijen die Korten sindsdien heeft geschilderd, heeft hij stappen gezet. Zijn werk is minder krampachtig en minder formeel geworden. Ze mogen gewoon mooi zijn. Zijn schilderijen hebben een melodie gekregen.

Hendrik Driessen, directeur van De Pont, reageerde enthousiast op Kortens nieuwe werk en vroeg hem om een presentatie. Zijn galeriehoudster, Ingrid Luycks, haakte erbij aan en zo heeft Korten twee exposities in zijn woonplaats. Afgelopen zaterdag kwam hij paginagroot in De Volkskrant. Bovendien komt er zaterdag ook een nieuw boek uit dat een overzicht biedt van zijn recente werk.

Dat zijn nieuwe werk nu wordt omarmd, verrast hem niet. 'Ik ben natuurlijk al heel lang bezig met schilderen. Het is ook een kwestie van stug doorgaan. Je merkt dat er iets aan zit te komen." In 1982 studeerde Korten af aan de Tilburgse Kunstacafdemie. Korten, zoon van eem Limburgse gemeenteambtenaar die opgroeide langs de oevers van de Maas bij Roermond, koos voor Tilburg omdat hij zo ook een volledige lesbevoegdheid kreeg. Dat zou zekerheid kunnen geven. Maar toen hij afgesudeerd was, sloeg de twijfel toe. Voor de klas staan? " Er was een beslissend moment toen ik werd uitgenodigd voor een gesprek op een middelbare school in Oss. Ik twijfelde enorm of ik wel tekenen en schilderen aan middelbare scholieren wilde gaan geven. Bij het gesprek had ik daarom allerlei aanvullende eisen. Tot mijn verbazing belde de schooldirecteur of ik wilde komen. Daar heb ik me toen met een smoesje vanaf gemaakt. Ik was er zeker van dat lesgeven me zou verstikken. Ik wilde kunstenaar worden."

Hij wérd kunstenaar. Zich een weg zoekend tussen formeel en organisch, geconstrueerd en spontaan. Helt zijn vroege werk over naar verstand, de laatste jaren lijkt gevoel de overhand te krijgen. Zijn inspiratie komt overal vandaan. Het kan een zin zijn die hem bezighoudt en uitdaagt. Zo komt de eerste lijn, het eerste vlak op het werk. Daarna is het een kwestie van reageren. Laag op laag stapelt Korten zijn acrylverf, plakt met tape delen van zijn schilderij af en laat zich leiden door wat gebeurt. "Vrijheid, maar tegelijkertijd ook controle", zegt hij zelf.


Smaak, René Korten

Evelien van Veen, Volkskrant Magazine, 23 juni 2012

Wat zijn nou echt mooie spullen? Smaakmakers uit de wereld van kunst, mode en design gidsen ons. Deze week beeldend kunstenaar René Korten.

'Ik ben geen spullenmens', zegt kunstenaar René Korten (55). Liever dan dingen verzamelt hij indrukken. En woorden. Op een keer zag hij ‘zeeaas’ staan op een bedrijfspand in Zeeland waar hij langsreed. Fantastisch, zo’n woord - daar kan hij dus heel lang mee bezig zijn. ‘Alleen het woordbeeld al: die twee a’s, die twee e’s, die zachte z die een harde s wordt: het is eigenlijk een compact gedicht. Inhoudelijk ook, trouwens, want wie is het aas? Wie het slachtoffer, wie de dader? Wij, de mensen? Omdat ons land onder de zeespiegel ligt lopen we immers voortdurend gevaar.’ Nou ja, al die associaties dus, bij een woord dat gewoon voor pieren en krabben staat – dat is voor hem inspiratie.

Zo’n twintig schilderijen maakt hij per jaar in zijn atelier in Tilburg. ‘Soms gaat het heel snel, binnen een paar weken. Maar aan andere schilderijen werk ik maanden.’ Altijd met acrylverf, het paneel het liefst liggend zodat de verf mooi uit kan vloeien. En vaak met diezelfde, voor hem typerende kronkelvorm erin verwerkt: een gekromde lijn op een gekleurd vlak die vrijwel nooit ontbreekt. ‘Die golvende lijn speelt al heel lang een rol in mijn werk, ja. Of ik er nog niet op ben uitgekeken? Nee, nee, nog lang niet, het kan nog jaren voort. Mondriaan was ook zijn hele leven bezig zijn werk steeds simpeler en essentiëler te maken.’

Hij is niet zo’n kunstenaar die zich zeven dagen per week terugtrekt om te kunnen schilderen. ‘Ik zit in een paar kunstadviescommissies, ik geef les, ik vergader, dat hoort er allemaal bij. Zonder besef van ondernemerschap red je het als kunstenaar niet tegenwoordig.' Tegelijkertijd 'kolkt het en woedt het', in hem net als in alle andere mensen. 'We zijn allemaal dieren, door instincten en emoties gedreven. De ene keer wil je juichend over straat, de andere keer wil je iemand op zijn gezicht slaan, maar je doet het niet omdat we beschaafde wezens zijn. Je ziet het er misschien niet meteen aan af, maar die balans tussen instinct en intellect, daarover gaat mijn werk.'


10MandersRuimtex-750-q36.jpg

Kijken tot je het snapt (fragmenten)

Chris Manders,  beschouwing over expositie 'Finding Place' in Luycks Gallery, RUIMTE-X, 29 april 2010

Ik moet iets vreselijks bekennen. Ik ben ontrouw geweest aan de galerie die mij heeft uitgenodigd om vanavond een beschouwing te geven over het werk van René Korten en Paul van Rijswijk, die daar samen een opwindende en intrigerende presentatie hebben van dat werk. Na een bezoek aan de galerie, het tweede voor deze tentoonstelling, enkele weken geleden, ben ik, met gezelschap, naar de Hilvaria Studio’s gereden om ook daar de presentatie van het werk van René Korten in ogenschouw te nemen.

Brede oriëntatie, geprikkeld door de intentie goed te kijken, is immers een eerste vereiste om je een oordeel te kunnen vormen over de aard en betekenis van het kunstwerk, en daarmee van alle kunstwerken. Kunst verdient intens kijken. Maar ook de kijker is daarmee het meeste gebaat, omdat kunst, en laat ik het begrip kunst maar even verengen tot beeldende kunst, voert tot een onverwisselbare kans tot verkenning van de wereld. En volgens mij willen wij de wereld leren kennen. Niet alleen in zijn letterlijkheid, niet in de rechtlijnige en praktische betekenis van de dingen, maar vooral in de verborgen geheimen en de existentiële samenhang ervan.

Het was de eerste keer, en ik durf het bijna niet hardop te zeggen, dat ik de Hilvaria Studio’s bezocht. Wat een barbaar! Van het gebouw, de plek, maar vooral van de binnenruimtes raakte ik zeer onder de indruk. Bijna tastbaar en in elk geval overtuigend zichtbaar waren de intenties en opvattingen van de eigenaars/
beheerders neergedaald in architectonische ruimtes. Toen die constatering evident was dacht ik: ja, maar wacht eens. Ik ben net wel in een heldere, markante ruimte geweest waar de duo-tentoonstelling van twee interessante kunstenaars mij weer wat verder heeft gebracht in mijn poging wat meer te begrijpen van dat toch niet zo begrijpelijke bestaan.

De kennismaking met Hilvaria Studio’s, met daarin het werk van René, zo direct na mijn bezoek aan Luycks  leerde mij  dat de ambiance een belangrijke factor is in de definiëring van de betekenis van het kunstwerk. Ook de ambiance is vorm! Hoe dat precies werkt weet ik ook niet, daarvoor zal ik nog veel meer intens naar kunst moeten kijken om dat geheim verder  te doorgronden. Maar in de Hilvaria Studio’s werd ik getroffen door de sterke interactie tussen de beelden van de schilderijen en de beeldende kracht van de ruimte. Zelfs de vleugel lijkt daar speciaal neergezet om zijn karakteristieke vorm  direct te delen met een schilderij, karakteristiek voor het werk van René, dat op een nabije muur hangt.

En nu heb ik het!: is een vleugel niet primair iets waar vogels mee vliegen? Een vorm dus die vooral geassocieerd kan en moet worden met de natuur? Maar met dit vleugel-muziekinstrument, in deze ruimte, maak je muziek, het toppunt van cultuur! En gaat het werk van René niet juist over de spanning tussen natuur en cultuur? Is het te voor de hand liggend wat ik zeg? Te populistisch? We zullen met het eenvoudige moeten beginnen om door te kunnen dringen tot de complexe verbanden die wij in ons bestaan dagelijks tegenkomen.

Kijkend naar het werk van René Korten word ik vooral geconfronteerd met grote, complexe tegenstellingen. Organisme en constructie, het meetbare en het onmetelijke, het gecontroleerde en het toevallige, het triviale en het hogere. En zo wonderlijk geschilderd, dat ik op een vanzelfsprekende manier begrijp dat de wereld ondeelbaar is. (...)

Dames en heren, ik ga al vrij lang mee. Maar naarmate ik meer zie,  ga ik mij meer bezinnen op de vraag welke rol de kunstenaar speelt in onze poging de wereld te doorgronden. Ik neig ertoe de kunstenaar te zien als uitlegger van de wereld. De Frans-Duitse schilder/graficus Max Ernst zegt daarover: “Schilderen is voor mij niet een decoratief vermaak of een plastisch herscheppen van een beleefde werkelijkheid. Iedere keer moet het zijn: schepping, ontdekking, openbaring”. Omdat er zoveel uit te leggen valt zal er nog veel kunst gemaakt moeten worden. Kunst niet als mooi maker van de salon, maar als resultaat van integer onderzoek. De kunstenaar is er niet voor zichzelf, niet voor zijn eigen kunstjes. Nee, de kunstenaar speelt de rol van intermediair tussen wat nog verborgen is en wat zichtbaarheid nodig heeft om ons inzicht te verschaffen over onze verhouding tot de gecompliceerde wereld. Hij maakt zichtbaar wat er al is en wat wij in ons eigen belang nodig moeten zien. Maar in dat geheel vraagt dat wel van de toeschouwer een open, niet vooringenomen blik.

Kijken tot je het snapt. Dat is de opwinding die oprechte kunst ons dan biedt. Dan kunnen we ook spreken van schoonheid. Geweldig dat Galerie Luycks ons daarbij helpt.


Schilderijen René Korten zijn niet langer geheim

Gerrit van den Hoven, Brabants Dagblad, vrijdag 2 april 2010

De schilderijen van René Korten (1957) waren lang een goed bewaard geheim in Tilburg. Slechts af en toe sijpelde er eens één naar buiten, bijvoorbeeld in een groepstentoonstelling. Korten was toch vooral de man van de samenwerking met collega Jan van den Langenberg. Samen maakten ze vaak conceptuele kunstwerken en installaties waarbij het sociale aspect een grote rol speelde. Maar sinds een klein jaar is de samenwerking voorbij en is Korten vooral solo en als schilder actief.

In Argument was afgelopen najaar al een mooie architecturale installatie van Korten, maar nu lijkt de stroom schilderijen niet meer te stuiten. Bij de Hilvaria Studio's hangen er een dikke twintig en bij Luycks Gallery ook nog eens een kleine twintig. Zo is het mogelijk in korte tijd een mooi  overzicht te krijgen van de recente ontwikkelingen in het werk van de Tilburgse kunstenaar. Het lijkt erop alsof de breuk met Van den Langenberg bij Korten bevrijdend heeft gewerkt. Het schilderwerk bij Luycks en de Hilvaria Studio's oogt fris en speels. Weg is de vaak theoretische benaderingswijze die Korten en Van den Langenberg vaak bezigden. De theoretische achtergrond is nog altijd aanwezig, maar je hebt 'm niet nodig om het werk van Korten te begrijpen en te waarderen.

Kortens werk is een spel met schilderkunstige motieven, materiaal en met de perceptie van de kijker. Architectonische elementen spelen in het werk van Korten een grote rol. Strak geschilderde balken, bollen, rasterpatronen en lijnen contrasteren met juist weer losjes geschilderde vormen zoals een vorm die er uitziet als een termietenheuvel. Daarmee speelt Korten vervolgens een ingenieus spel. Steeds duiken de motieven in een andere vorm weer op.

Het verder abstracte werk doet door die realistische elementen en de ruimtelijke werking soms een beetje denken aan dat van Giorgio de Chirico, een voorloper van het surrealisme, wiens kunst net als die van Korten een metafysisch karakter heeft.
In de Hilvaria Studio's krijgt Kortens werk een museale uitstraling. Ingrid luycks combineert het weer met de aardse beelden van de Tilburgse kunstenaar Paul van Rijswijk. Zijn beelden, uitgevoerd in hardboard en meubelplaat, gaan goed samen met de op multiplex geschilderde beelden van Korten.  


Vaten van betekenissen (fragmenten)

Saskia van de Wiel, conservator Museum van Bommel van Dam, Venlo, openingsrede expositie 'Finding Place', Luycks Gallery, 28 maart 2010

Aan mij de eer iets te vertellen over twee op het oog zeer verschillend werkende kunstenaars. René Korten werkt in twee dimensies, overwegend in acryl op paneel, en zijn werk is bijzonder kleurig, er gebeurt veel. Paul van Rijswijk werkt in drie dimensies, in hout en houtproducten, waarbij kleur een ondergeschikte rol speelt. Zijn stijl is veel reductiever en helderder, waardoor het werk leger oogt. De werken zouden elkaars tegenpolen kunnen zijn, maar dat is, denk ik, toch niet helemaal het geval. (...)

De schilderingen van René zijn opgebouwd uit een groot aantal vaak transparante verflagen, die uitgekiend zijn aangebracht. Gecontroleerde bewegingen, langs mallen of de strakke contouren van afplaktape, zijn gecombineerd met lossere, uit de hand geplaatste verfstreken. Beide elementen bewegen zich op het snijvlak van spontaniteit en berekening. Een deel is vooraf uitgedacht en voorbereid, een deel wordt op het moment zelf pas bepaald. Ook toeval speelt een rol. Hier en daar krijgt de verf de ruimte om vrij, of tamelijk vrij te lopen. Dit levert verrassingen op, die niet worden weggemoffeld, maar een duidelijk zichtbare rol in het schilderij gaan spelen. Ook beelden van “buiten” worden geincorporeerd. Objecten die toevallig op zijn pad komen, letterlijk, en waarin hij een interessant beeld herkent. Een beeld dat vaak, net als zijn werk, tegenstellingen in zich herbergt. Dat kan een plastic rotspartij zijn voor in de vijver, met zowel natuurlijke als culturele elementen, of een schuimplastic vulling van een fietzadel, die ondanks de zachtheid van het materiaal associaties met gebeente oproept.

Berekening tegenover spontaniteit, maar ook lijn tegenover massa, het geometrische tegenover het organische, het zijn de tegenstellingen die het werk zijn waarde geven. Dat geldt voor het werk van René én dat van Paul. Ook Paul zoekt naar een balans tussen materiaaleigenschappen, en streeft naar een evenwichtige compositie waarin de aandacht evenredig verdeeld wordt over de verschillende bouwstenen. Beiden starten aan een werk zonder vooropgezet plan, en zoeken vrij intutief en onderzoekend naar een sterk beeld. Een beeld dat aan de interne wetten van een schilderij, danwel sculptuur voldoet. Een beeld ook dat door de heldere opbouw te herleiden is tot de handelingen die eraan vooraf zijn gegaan.

De werkwijzen van Paul en René raken elkaar op nog een ander moment. Namelijk wanneer de beschouwer zich aandient. In het werk van Paul is kijken essentieel. (...) Die heel verschillende mogelijke interpretaties van een vorm vindt hij interessant en geeft hij alle ruimte. Hetzelfde geldt voor René. Een slingerende lijn is niet zomaar een lijn. Al heel snel omschrijft die lijn iets, richt hij ergens de aandacht op, bakent hij af of sluit hij in. De lijn kan als metafoor worden opgevat. De lijn roept ook associaties op met alledaagse vormen, mensfiguren of wolken bijvoorbeeld. Ook andere onderdelen van het werk bevinden zich op de grens van abstractie en figuratie. De kunstenaar moedigt aan naar parallellen met de buitenwereld te zoeken door titels aan zijn werken te geven als Gut (darm), Rope, Brace (beugel) of Zeeaas. Titels waar je niet omheen kunt en die je direct anders doen kijken naar de, tot dat moment misschien nog abstracte voorstelling.

De werken van Paul van Rijswijk en René Korten verschillen sterk van vorm. Dit contrast zorgt er niet voor dat de een de ander uitvlakt of overschaduwt. Net als de tegengestelde elementen binnen hun werk, houden de werken elkaar binnen de tentoonstelling in evenwicht, en versterken ze elkaar zelfs. Op de vorm na vertonen de werken vooral overeenkomsten. Uitgangspunten en werkwijze zijn grofweg identiek. Beide kunstenaars gebruiken tegenstellingen om tot een interessant en uitgebalanceerd beeld te komen, en zetten de deur wagenwijd open voor uiteenlopende associaties, interpretaties en belevingen. Hun werken zijn vaten van betekenissen waar de beschouwer vrij uit kan putten. Die kan er eindeloos in blijven zoeken, en vinden. Misschien vandaar de titel: Finding Place.


Een belofte van wat er nog komen gaat

Gerrit van den Hoven, Brabants Dagblad, 22 oktober 2009

Een dubbele rij mdf-panelen, de onderste deels wit geschilderd, de bovenste rij onbewerkt. Ze hangen boven elkaar en zijn met behulp van stalen draagbeugels  met een rubber dopje schuin tegen de vier muren van Argument in Tilburg bevestigd. Het is, zegt maker en bedenker, de Tilburgse kunstenaar René Korten, een ateliersituatie. Korten (1957) schildert normaal gesproken op die mdf-platen, maar voor zijn presentatie in Argument draaide hij ze om en zette ze tegen de muur. Het is niet ondenkbaar dat Korten de platen, bijvoorbeeld als hij over enkele maanden een solo-expositie heeft bij de galerie van Ingrid Luycks in Tilburg, straks aan de andere kant heeft beschilderd.

Toch is ‘Fountainhead – A Furnished Landscape’ van Korten in Argument zeker geen poging er zich makkelijk van af te maken door zijn atelier en materiaal tentoon te stellen. Integendeel, Korten heeft juist heel veel tijd en aandacht besteed aan de presentatie. Door de strakke presentatie (alle platen zijn met 1,20 bij 1,54 meter even groot, de afstanden tussen de platen overal gelijk) ziet de installatie van Korten eruit alsof hier een minimal art-kunstenaar aan het werk is geweest. Korten heeft veel moeite gedaan het symmetrisch en uniform te maken. Maar er is meer. Korten voorzag de achterkanten van de platen van titels. Deels zijn dat bestaande werken, schilderijen die Korten al maakte, deels zijn het titels van schilderijen die misschien nog komen. “Ik zie de installatie als een schakel in mijn geschiedenis. Er zit een soort belofte in deze installatie. Je ziet de mogelijkheden”, zegt Korten.

Inderdaad werkt de installatie als een soort blauwdruk, een werkplan en een motor voor de kunstenaar. Titels als ‘Low Fog’, ‘Heilige Dagen’ of ‘Seek It’s Beauty’ maken nieuwsgierig naar wat gaat komen. De installatie vormt een groot contrast met het schilderwerk van Korten. Dat is soms heel expressief en zeker niet conceptueel zoals de installatie in Argument. Door de deels witgeschilderde platen doet ‘Fountainhead’ ook denken aan het werk van Robert Ryman, een coryfee uit de jaren zeventig.

‘Fountainhead’ doet vermoeden dat Korten op zoek is naar nieuwe wegen. Het kan ermee te maken hebben dat de jarenlange samenwerking van Korten met collega Jan van den Langenberg uit Haghorst binnenkort wordt beëndigd. Met de meer filosofisch en conceptueler ingestelde Van den Langenberg kwam Korten tot volledig ander werk. ‘Fountainhead – A Furnished Landscape’ zou daarom wel eens inderdaad een belangrijk moment kunnen zijn voor René Korten, een werkwijze waar taal en typografie een rol gaat spelen. ‘Fountainhead – A Furnished Landscape’ is, zoals de kunstenaar dus ook aangeeft, inderdaad een belofte voor de toekomst.


Zadel als schedel van gedachten

Alex de Vries, uit de publicatie 'Vrij Van De Druk, Gastateliers 2007 Daglicht/Beeldenstorm', september 2008

René Korten ziet op de snelweg een containervrachtwagen. De container is blauw en er staat in witte letters een naam op: GEEST. Een container voor de geest. Makkelijker kun je het een beeldend kunstenaar niet maken. Het is te vergelijken met de shock die beeldhouwer Hewald Jongenelis te verwerken kreeg toen hij op weg was om een van zijn installaties uit te voeren. Overal zag hij bestelwagentjes met het opschrift: installatiebedrijf. Korten is een kunstenaar die bestaat bij de innerlijke tegenstrijdigheid. Hij construeert zijn werk door het geplande en niet geplande te combineren. Zijn planning bestaat uit het toegeven aan invallen: de geestcontainer is een ruimte voor het statische en het mobiele, het materiële en immateriële, het lichaam en de geest, een beeldenstorm bij daglicht. Het zadel waarop hij zit is de schedel van zijn gedachten.

De combinatie van het ideematige en concrete krijgt bij hem gestalte in de gedaante van een pallet. Het is de container voor het onzichtbare. Daaruit kan het beeld ontstaan. René Korten gaat met overleg te werk. Hij is in beraad met zichzelf over wat hij ziet. Als hij naar zijn schoen kijkt ziet hij een container voor zijn voet.  Het gevormde en ongevormde ondersteunen elkaar. Hij werkt graag met materialen uit de bouwmarkt die altijd een belofte in zich dragen, zoals een gipsplaat, als drager voor grafisch werk.

Sinds kort gebruikt hij ook de computer in het werkproces. Foto’s worden bewerkt en prints die hij daarvan maakt ziet hij als schetsen. Hoe een foto een tekening wordt, maken die schetsen inzichtelijk. In ieder werk probeert René Korten greep te krijgen op de ongrijpbare vorm. Altijd is er een dualisme: wat houdt het object staande? Staat het op zichzelf of wordt het overeind gehouden door zijn uitwerpselen? Simpel gedemonstreerd door een sculptuurtje, uitgevoerd in brons en bruine was, van een industrieel pakhuisachtig gebouwtje met ervoor twee grillige bergjes.


Korten laat tegenstellingen samengaan

Yvonne Krol, Art Editie 2, 13 oktober 2007

René Korten creëert collages van verf en fotografische afbeeldingen op panelen van multiplex en masoniet. Foto's worden meestal op een transparante drager afgedrukt en dan op het al dan niet beschilderde paneel gemonteerd. Daarover kan een vernis komen of nieuwe lagen transparante verf. De panelen zelf maken vaak deel uit van de totale compositie. Soms laat Korten ze onbeschilderd, soms schuurt hij de verflaag weg zodat de ondergrond weer naar boven komt. Zijn werken zijn een combinatie van figuratie en abstractie, van overdadig schilderwerk en minutieuze vlakverdeling, van organische vormen en geometrische figuren.

Voor Korten bestaat het leven uit het samengaan van tegenstellingen. "Terugkerende thema's in mijn werk zijn de verhoudingen tussen technologie, cultuur en ratio enerzijds en natuurbeleving en intuitie anderzijds. Zowel in mijn leven als in mijn werk probeer ik hierin harmonie aan te brengen. Niet door de verschillen uit te wissen, maar door de wisselwerking tussen tegenstellingen te benadrukken."

Het werk van Korten heeft zijn weg naar het binnen- en buitenland gevonden. Hij exposeerde o.a. in Museum De Pont en het Nederlands Textielmuseum, beide in Tilburg, het Stedelijk Museum Roermond, Museum Nagele in Nagele, Museum Jan Cunen in Oss en de South African National Gallery Annex in Kaapstad, Zuid-Afrika.


Schilderij als model van het leven

Ernst Jan Rozendaal, PZC, 20 november 2001

Het werk van schilder René Korten zit vol tegenstellingen. Op zijn panelen combineert hij zwart-wit met kleur, figuratie met abstractie, overdadig schilderwerk met een onpersoonlijke vlakinvulling. ‘Ik vind het van belang om verschillende contrasten uit te buiten’. Korten exposeert op het ogenblik bij Galerie Van den Berge in Goes. Uit de recente schilderijen die daar hangen is op te maken hoe snel de ontwikkelingen in zijn werk gaan. In de loop van één jaar is dat duidelijk kleurrijker, expressiever en complexer geworden. Anders dan bij bijvoorbeeld Piet Mondriaan, is in het werk van Korten geen tendens naar vereenvoudiging waar te nemen. Eerder bewandelt hij de omgekeerde weg.

‘Na mijn studie tekenen en schilderen had ik problemen met de overvloed aan mogelijkheden waaruit ik kon kiezen’, vertelt Korten. ‘Ik besloot me aanvankelijk te beperken tot het tekenen en zocht naar zo onpersoonlijke en minimaal mogelijke middelen om toch nog iets persoonlijks te zeggen. Het was duidelijk dat ik zo moest leren de essentie te vinden van wat ik wilde uitbeelden. Vervolgens is mijn werk stapje voor stapje complexer geworden. Net als Mondriaan streef ik wel naar zuiverheid, maar die gaat niet gepaard met vereenvoudiging van het beeld.’

Korten zoekt het liever in een balans van tegendelen. Op één schilderij kan hij een tinteling van kleuren bijvoorbeeld combineren met het ongeschilderd laten (of door schuren weer tevoorschijn brengen) van de ondergrond van multiplex of masoniet. Ook schrikt hij er niet voor terug een fotografische afbeelding te combineren met een ogenschijnlijk strenge ordening van geometrische figuren. En áls hij een verzameling cirkels afbeeldt, blijken die weer geen van allen hetzelfde en ligt de structuur van de verf er binnen de grenzen van de cirkel dik bovenop.

‘Een schilderij is voor mij een model van de wereld en het leven, een spiegel bijna’, verklaart Korten. ‘Ik ervaar de wereld als heel complex. Ik zie een tegenstelling tussen mijzelf en de wereld, maar ook in de wereld zie ik allerlei conflicterende dingen. Dat brengt mij op mijn basisthema. Dat is in feite de verhouding tussen cultuur en natuur of die tussen rationaliteit en intuïtie. Dat zijn tegenstellingen, maar naar mijn idee is het de opdracht van de mens die dingen met elkaar in balans te brengen.’

Geheel in overeenstemming met zijn ideeën is Kortens werkwijze een combinatie van een verstandelijke en intuiïtieve aanpak. Zijn schilderijen zijn af zodra hij het idee heeft de balans te hebben gevonden. ‘Dat is een vonk die overslaat. Ik ben naar iets op zoek in ineens klikt het. Het is niet uit te leggen waarin ‘m dat precies zit. Waarom klikt het tussen twee mensen? In die zin kun je zeggen dat de beslissing dat je de balans tussen intuiïtie en ratio hebt gevonden volstrekt intuïitief is. Dat moet ik toegeven.’


Groeien en bouwen; vloeien en botsen

Angelique Spaninks, Eindhovens Dagblad, 7 september 2000

Dieren en vlekken, maar ook mensen en plekken. Dat zijn de thema’s in de selectie van recent werk die de Tilburgse kunstenaar René Korten maakte voor zijn expositie in de vitrines van Peninsula Daily. Even was hij bang dat zijn werken, grote panelen van masoniet of multiplex die deels beschilderd en bedrukt zijn maar soms ook onbewerkt blijven, tegen de felblauwe achtergrond niet tot hun recht zouden komen. Dat valt echter reuze mee. Soms lijkt het zelfs alsof de zorgvuldig opgebouwde composities, waarin abstractie en figuratie samensmelten, in confrontatie met het harde blauw van de vitrines en de reflecties van het straatrumoer eromheen net iets meer tot leven komen dan in de doorgaans steriele witte ruimte van een galerie.

Neem de kauw die in een aantal werken terugkomt, soms gekooid spelend met een wasknijper als een kind met een troostdoekje, dan weer vrij en trots krassend met de snavel half geopend. Of neem de vuist die tussen een vlak van metalig grijs en een stroom van vloeiende kleuren hard naar beneden komt in het uit 1997 stammende Memory Device. Korten maakte dit werk indertijd met een spreuk van Han Schuil in gedachten. ‘Die zei eens dat hij in zijn werk de helderheid van een verkeersbord wilde koppelen aan de diepgang van een Vlaamse primitief. Een vergelijking waar ik mij wel bij thuisvoel. En door dit paneel hier zo prominent op de hoek te hangen werkt het voor mijn gevoel ook zo. Paf.’

Syncretisme, oftewel het versmelten van verschillende elementen (natuur en cultuur, abstractie en figuratie, schilderij en foto, drager en beeld, mens en dier) zonder daarbij de tegenstrijdigheden op te heffen, is wat Korten met zijn werk tot uitdrukking wil laten komen. ‘Zelf noem ik wat ik doe meestal maar groeien en bouwen, vloeien en botsen.’ Het blijkt een werkwijze die hij de afgelopen vijftien jaar ontwikkelde en steeds een stapje verder weet te dragen.

Begonnen is hij met tekenen. ‘Schilderen was teveel een gevecht, met tekenen kreeg ik grip op de zaak’, aldus de kunstenaar. Eerst tekende hij op papier, maar al vrij snel stapte hij over op grote houten panelen. ‘Papier was me wat te vluchtig en kwetsbaar, terwijl panelen juist stevig en zwaar zijn. Daarmee heb je echt een ding in handen, dat je overal neer kunt zetten of leggen.’ Bovendien werd zijn handschrift al tekenend steeds grafischer, uitmondend in allerlei gelaagde patronen en rasters. ‘Dat leverde een heel eigen universum van beelden op, helemaal door mij gecreëerd, maar wel passend in de modernistische, abstracte traditie.’

De fotografie introduceerde hij pas zo’n drie jaar geleden. ‘Niet omdat ik ineens niets meer in abstractie zag, maar omdat het figuratieve van de fotografie mij een goede bouwsteen leek om mijn werk weer een stap verder te brengen en de associatieve kracht ervan te verruimen.’ En dat blijkt te werken. De indrukwekkende panelen en twee subtiele werken op papier in de vitrines vormen het bewijs.


Authentiek schilder René Korten pareert doemscenario met een hoogst vitaal gebaar

Cees Strauss, Trouw, 26 september 1997

Vitaal, eigentijds en toch oorspronkelijk; het zijn geen geringe karakter-eigenschappen om het werk van René Korten te typeren. Korten (1957, opgeleid aan de academie in Tilburg) rekent af met de stelling dat de schilderkunst op een laatste ademtocht na dood zou zijn. Die mening, veelvuldig uitgedragen door samenstellers van Documenta’s en biënnales, kan niet langer standhouden. Korten pareert hun doemscenario met een uiterst vitaal gebaar. Dat geeft hoop voor de toekomst van de schilderkunst. (....)

Kortens solo bij Galerie Lutz maakt veel duidelijk waar zijn talenten liggen. Juist om een nieuwe taal te ontwikkelen, kijkt Korten in het verleden rond, soms met de bedoeling om een wat archaiïsch aandoende beeldtaal te vinden. De wijze waarop hij vormproblemen poogt op te lossen, is echter van deze tijd. In een esthetisch verzorgde collagetechniek monteert hij transparante foto’s op een drager die met een matte tint wordt gevernist. Daarover komen lagen verf die ook transparant zijn. Deze stijl van werken doet aan Sigmar Polke denken, wiens doeken ook vaak transparant zijn. Hebben we hier met een belangrijke inspiratiebron te maken? Bij Korten hebben alle lagen betekenis. Ze zijn voorzien van talloze metaforen die de kans krijgen op elkaar in te werken.

Veelvuldig loopt de transparante verf uit tot inktachtige vlekken, alsof er sprake is van een uit de hand gelopen Rorschach-test. De meeste vormen hebben een organisch karakter, ze verwijzen niet zelden naar onderzoeksresultaten uit obscure laboratoria. Haaks op deze spontaniteit staan de bedachte ingrepen. Waar sprake is van herkenbaarheid, gebruikt Korten een surreëel aandoend realisme. Zulke elementen hebben veel weg van ‘nabeelden’, een impressie die op het netvlies achterblijft, lang nadat het eigenlijke beeld uit het zicht is verdwenen.


Emotionele constructies

Jan Smits, catalogus Drieluik Schilderkunst, Galerie Artikel,  januari 1995

Ooit begon de ras-tekenaar René Korten met organische, toetsmatige tekeningen in houtskool. Stofwolken, lijntoepassingen, “houtskoolregens”. Viel zijn oog op een sanseveria, dan was zulks een concreet houvast voor het ontstaan van constructieve groeisels in sterker gebouwde composities. Zit een vlak dicht in het houtskool-zwart dan is dat een soort einde.

De opening werd gevonden in de pastel-lijn, eroverheen aangebracht. Dat leidde tot duidelijke zwart-wit-stellingen, tot raster-achtige structuren en tot voorzichtig kleurgebruik. Het leidde van fijnheid tot monumentaliteit en tot vragen over hoe het kwam dat de sterke impulsen uit vorig werk zich maar blijven opdringen. Die impulsen blijken reeds geladen elementen waaraan Korten niet kan ontsnappen.
Hij weet dat hij niet wil afbeelden maar óproepen. En opnieuw rijzen de vragen: kan dat wel concreet, hoe een wereld op te roepen waarbij de dingen bij elkaar komen, zó, dat die elementen als ketsende vuurstenen worden. Want, denkt hij, “het beeld ontstaat zodra een vonk overslaat in de takken van de realiteit”. Zo schiet het leven in zijn werk, waarin geleidelijk –oh, belangrijke stap- de verf, het kleurvlak evenwaardig wordt aan de lineaire wereld.

En dan breidt de taal, zijn taal uit en intensiveert zich de relatie tussen een “ratio” en het “dionysische”, tussen het beheersen en het vloeien. Een spanning in prioriteit zoals tussen natuur en cultuur. Dat levert bij Korten gelukkige emotionele constructies op.